Review in Cultuurpers

May 29, 2017    esc.rec.55, Press

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Review by Sven Schlijper-Karssenberg in Cultuurpers:

“weer wakker geworden. xenakis is er niks bij. mezelf en spullen schuiven op zoek naar veiligheid. hoe moet ik het zetten om die te maken?”- een flard tekst die Plan Kruutntoone bijeen houdt. De radicaal eigenzinnige Groningse band weet bovendien wel raad met: “ in paniek in de modder zoeken naar de blikopener die mijn leven is maar waarvan kan ik niet hetzelfde zeggen waarvan sinds altijd mijn kleine verdoolde altijd een ontzaglijke tijd.” Hun nieuwe lp blijft niet op afstand, maar kruipt door het open raam. Dat levert misschien een onbehaaglijk gevoel op. Alsof je nergens helemaal gerust bent.

Zo zoekend en onvast – ietwat nerveus – waaiert de muziek dwarrelend en uit focus. Wat Doen de Handen blijft in de buurt; bij de mensen en de menselijke maat. Het raam dat open staat, vormt ook een raam om melancholisch door naar buiten te staren. Bovendien: om frisse wind binnen te laten. Plan Kruutntoone experimenteert met avant-rock en De Kift-achtige dictie en verenigt Bernlef-achtig jazz en poëzie. Weemoed en diep verlangen voeren de boventoon: nooit gewoon maar ook geen moment ongewoon – daar is toch die geborgenheid, ergens. Zonder kop noch staart en toch een eenheid die alle aandacht opeist. Dit is daarom een lp die je niet laat gaan: geen behang, maar de hele kamer én het uitzicht.

Review in Draai Om Je Oren

May 20, 2017    esc.rec.55, Press

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Review by Eddy Determeijer in Draai om Je Oren:

De ongeborgen gekte
Plan Kruutntoone & Ravivo Strijkkwartet, vrijdag 19 mei 2017, Vera, Groningen

De muziek van Hansko Visser en zijn Plan Kruutntoone is een duizelingwekkende dooltocht met autobiografische flarden, poëtische observaties en de godsdienstwaanzin die altijd op de loer ligt. De muzikale parameters zijn ruim: er is ruimte voor Beefheart-achtige bluesderivaten, gespatieerde rock and poetry en op Ernö Király geïnspireerd strijkwerk met melancholieke kamerbrede akkoorden. “Xenakis is er niks bij,” om Visser te citeren.

Jammer dat het Ravivo Strijkkwartet, dat een paar intermezzi verzorgde, niet wat verder was geïntegreerd in de ongeborgen gekte van Plan Kruutntoone. Dat zou nog eens een mooie knalpuzzel opleveren! Wordt nog aan gewerkt, volgens de componist.

De dichter/zanger beschikt over een heldere VPRO-stem, waarmee hij eigen, sterk associatief werk en abstracte strofen van Samuel Beckett voordraagt. Een soort persoonlijke catharsis. Daar is Dada! Het gaat allemaal weinig nadrukkelijk, de teksten lijken ter plekke verzonnen, terwijl er wellicht maanden op is gezwoegd. Op sommige momenten hoor je Derek Bailey op halve snelheid, maar over het algemeen heeft Vissers gitaarwerk een vloeiend karakter, wat dan weer mooi accordeert met het stekelige ritme van drummer Chris Muller. Die laatste zul je niet snel op een groove betrappen. Zijn bijdragen zijn gespatieerd en zorgvuldig in het totaalgeluid geïntegreerd. Hij levert handige handvatten, maar ook gemene boobytraps en trapdoors.

Een uurtje in de uitgebeende wereld van Hansko Visser, zoals altijd was het er weer aangenaam vertoeven. Het optreden was onderdeel van een bescheiden tournee ter gelegenheid van het uitkomen van de lp ‘Wat Doen De Handen’. Deventer (De Perifeer, 24 juni), Rotterdam (Vrooom, 25 juni) en Nijmegen (Valkhof Festival, 19 juli) staan nog op het programma.

Klik hier voor foto’s van dit concert door Willem Schwertmann.

Review/interview in FRNKFRT

May 18, 2017    esc.rec.55, Press

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Review/interview by Peter Bruyn in FRNKFRT:

Plan Kruutntoone: muziek als een jute zak

,,Ik herkende mijzelf in een bepaald gevoel bij Samuel Beckett,’’ zegt Hans Visser over het een halve eeuw geleden in vertaling verschenen, maar in 1961 gepubliceerde ‘Comment c’est’ van de Ierse schrijver. ,,Ik herkende dat vermeend uitzichtloze en besloot de tekst van Beckett te gebruiken om mijn eigen gevoel te bezingen met Plan Kruutntoone.

Waren maar meer Nederlandse pop- en rockzangers zo verstandig, denk je dan.

We spreken elkaar op de avond dat Plan Kruutntoone hun nieuwe, vijfde album ‘Wat doen de handen’ in De Ruimte in ‘Noord’ aan het Amsterdamse publiek presenteert. De avond ervoor heeft de groep reeds hetzelfde gedaan in De Pletterij in Haarlem, maar toen als trio. Ditmaal worden ze – net als op de LP – bijgestaan door een strijkkwartet.

Je zou Plan Kruutntoone ‘de meest over het hoofd geziene rockgroep van Nederland’ kunnen noemen. Zeker als je in ogenschouw neemt dat ze al vijfentwintig jaar bestaan, vijf albums maakten – plus nog enkele cassettes in de beginjaren – en vooral omdat hun muziek zo bijzonder is; hoewel zeker in een trend in de marge van het Nederlandse pop- en rocklandschap passend.

Net als De Kift, Broeder Dieleman, André Manuel en The Ex staat het naar een verhaal van de Groningse schrijver Belcampo vernoemde groep Plan Kruutntoone nadrukkelijk in een Europese muzikale traditie. Nog méér dan de andere groepen in bovenstaand rijtje zelfs. Dat was overigens niet altijd zo. In de beginjaren werd de muziek van Plan Kruutntoone niet zelden vergeleken met de dwarse blues van Captain Beefheart. Inclusief de ontregelende blazerspartijen, zoals dat ook te horen is op de cd ‘Humpacoma’ uit 1998. Maar met het album ‘Gelijktijdigwiel’ uit 2001 – waarop ondermeer enkele Slauerhoffteksten te horen waren – keerde het tij.

Plan Kruutntoone tourde nooit in Engeland of Amerika maar in het verleden wel in het Oostblok en op de Balkan. Daar ligt de interesse. Cultureel. Muzikaal. De afgelopen tien jaar heeft Visser compositie gestudeerd aan het Gronings conservatorium. Hij was met name geïnteresseerd in het werk van de Hongaarse, maar in het Servische Novi Sad wonende componist Ernö Király (1919–2007), een muzikant die buiten het voormalige Joegoslavië amper bekend is, maar voor wie Visser lang geleden naar eigen zeggen nog eens een tourneetje heeft georganiseerd.

,,Király was een twintigste eeuwse componist die probeerde invloeden uit de volksmuziek in zijn stukken te verwerken,’’ aldus Visser. ,,Hij was wat dat betreft een beetje de Luciano Berio van Joegoslavië.’’ Tekenend is dat het enige regulier verkrijgbare album met muziek van Király in 1996 verscheen bij ReR Records, het label van voormalig Henry Cow-slagwerker Chris Cutler. Want als er één label is waar de schonkige muziek van Plan Kruutntoone ook feilloos zou passen, dan is het datzelfde ReR.

In het kader van zijn compositie-studie schreef Hans Visser een vijfdelig stuk voor strijkkwartet, geïnspireerd door de componist en getiteld ‘Királykwartet’. Drie delen ervan staat als ‘Strijk 4’, ‘Strijk 2’ en ‘Strijk 5’ op de nieuwe plaat en worden zowel op het album als bij de presentatie in Amsterdam gespeeld door het Ravivokwartet.

De muziek van Plan Kruutntoone is geen fastfood voor de oren. Hoewel het wel degelijk composities met vastgelegde structuren – en ruimte voor improvisatie! – zijn, deel je de stukken niet probleemloos op in coupletten en refreinen. In dat opzicht is ‘Wat doen de handen’ nog een stuk radicaler dan de voorganger ‘Als alles er af is’ uit 2013.

In principe wordt alle muziek bij Plan Kruutntoone gespeeld in de bezetting drums, bas en gitaar – of Hans’ zelfgebouwde gitaarbanjo. Bassist Bas Alblas vormt met Hans al sinds de vroege jaren negentig de basis van de band. Lange tijd hoorde daar ook drummer Rick Potma bij, maar hij vertrok op een gegeven moment naar Rusland en is sinds een jaar of vijf vervangen door Chris Muller.

Bas en gitaar lijken in vrijwel ieder nummer een dialoog aan te gaan – of beter nog: een debat. Ondertussen vaart slagwerker Muller consequent zijn eigen koers – een behoorlijk scheve koers, dat zeker. Maar zeer doelgericht. ,,Grappig, zoiets merkte Dolf Planteijdt, onze producer, ook al op,’’ reageert Visser. ,,Maar voor mij is het verschil met de vorige plaat vooral dat Chris veel meer een vrije rol heeft gekregen. En Bas en ik kiezen zeker voor het contrapunt. Absoluut! Dat weten we ook van elkaar.’’

Waar pop- en rockgroepen hun publiek doorgaans willen bedekken met een lamswollen deken – liefst nog in combinatie met satijnen lakens – drapeert Plan Kruutntoone een jute zak. Ruw, schurend en kriebelend, zonder enige luxe en riekend naar de stal, maar evenzeer warm. ,,Het klopt dat wij geen enkele poging doen om te behagen,’’ zegt Visser. ,,Dat geldt ook voor die Beckettteksten: Die geven mij in eerste instantie heel erg een gevoel van ongeborgenheid. Maar door ze uit te spreken, deze muziek te spelen en keer op keer te herhalen voel je er toch een soort geborgenheid in sluipen.’’

Zoals ook de enorme dynamiek tijdens de concerten, en trouwens eveneens op het album, de muziek uiteindelijk en paradoxaal genoeg ook iets weemoedigs geeft.

Na Slauerhoff in 2001 putte Visser voor het album ‘Een mooi pak’ uit 2007 uit het werk van Jan Yoors – de Vlaamse kunstenaar die op zijn twaalfde, in de jaren dertig, met toestemming van zijn ouders bij de zigeuners ging wonen. En op het in 2013 verschenen ‘Als alles er af is’ maakt hij ondermeer gebruik van een gedicht van de Amerikaanse auteur William Carlos Williams.

De nieuwe plaat bevat overigens ook teksten van Hans zelf. En hij waakt ervoor die niet te veel te husselen met die van Beckett – daar zijn de erven Beckett doorgaans niet van gediend en zij houden de nalatenschap en wat daarmee gebeurt nauwlettend in de gaten.

Ondertussen gaat Plan Kruutntoone zijn eigen weg. Soms een beetje in het kielzog van De Kift (,,Maar wij zoeken het meer in de klassieke muziek en minder in het meezingbare’’). En soms is er die associatie met Dieleman (,,Maar bij ons geen god, niet dat ‘spirituele’. Het gaat veel meer om vervreemding.’’).

Het is wat het is. ,,Ja, dat is het wel. Dit is wat mij bezig houdt.’’

Review in VPRO Vrije Geluiden

   esc.rec.55, Press

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Review by AvN in VPRO Vrije Geluiden:

De nieuwe plaat van het wonderlijke en nogal onconventionele Trio Plan Kruutntoone heet ‘Wat doen de handen’. De muziek op de plaat is geschreven voor Plan Kruutntoone’s eigen instrumentarium (slagwerk, bassen, zelfbouwbanjo en gitaar) en voor strijkkwartet – in dit geval het Ravivo strijkwartet. Soms verstild, soms hard en tamelijk meedogenloos, altijd vervreemdend als de teksten die gebruikt zijn, uit een vertaling van Comment c’est van de absurdistische toneelschrijver en dichter Samuel Becket. Over de vorige plaat, ‘als alles er af is’ schreef Gonzo Circus ‘iedere noot die Plan Kruutntoone hier aan de wereld schenkt is ons dierbaar’ en dat is typerend voor de scene waarin deze muziek zich manifesteert: zou een niet-liefhebber misschien al snel afhaken bij de ongebruikelijke sound, de ongemakkelijke wendingen, de onbegrijpelijkheid en absurditeit die tot klinken wordt gebracht, wie er zijn oren voor wil openstellen en niet bang is voor het ongewone, kan zomaar een enthousiaste fan worden. Probeer het eens! De moeite meer dan waard. De presentatietour is net begonnen en komt nog in Groningen, Deventer, Rotterdam en Nijmegen.

Interview in Dagblad van het Noorden

May 17, 2017    esc.rec.55, Press

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Interview door Peter van der Heide in Dagblad van het Noorden:

Doorprutsen. Dat wil Hans Visser. Tot dat inzicht kwam de 50-jarige muzikant toen hij zich afvroeg of hij na een kwart eeuw nog wel wat te vertellen heeft. Dat krijg je ervan als je klassieke compositie aan het conservatorium in Zwolle hebt gestudeerd. Al die pas verworven kennis maakt je klein en zoiets kan leiden tot twijfel. ,,Ik ben er tijdens mijn opleiding achtergekomen dat ik moet doen wat ik eigenlijk altijd al doe. Mijn eigen ding, mijn eigen taal ontwikkelen.” Het is de Groninger Visser ten voeten uit.

De zoektocht van Visser (zang, gitaar & banjo) en zijn muzikale broeders Bas Alblas (bas, uit Den Andel) en Chris Muller (slagwerk, uit Rotterdam) leidt nu tot de elpee Wat doen de handen. Het is de vijfde, door Dolf Planteijdt geproduceerde plaat van Plan Kruutntoone. Een groep die in 1998 debuteerde met HumpaComa en zich vernoemde naar een verhaal van Belcampo. Ditmaal zorgde het boek Hoe het is van de Ierse schrijver Samuel Beckett voor inspiratie. ,,Ik heb dat boek eens van Bas gekregen. Het lukte me pas het te lezen toen ik dat hardop deed. De opgeroepen sfeer herkende ik. En het leek me fijn om me op deze plaat via iemand anders uit te drukken. Het is hoe ik me een tijd heb gevoeld”, vertelt Visser, die aan Becketts tekstflarden eigen woorden toevoegde. ,,Niet dat ik me naast Beckett wil plaatsen hoor”, haast hij zich te zeggen. ,,Ik zoek naar geborgenheid, een manier om me thuis te voelen in de wereld.” Visser haalt vervolgens een regel van de vervreemdende Beckett aan: ,,In paniek in de modder zoeken naar de blikopener die mijn leven is.”

Het zijn dwarse en grillige noten waarmee Plan Kruutntoone zich schurend door de nummers wringt. Muziek voor de massa heeft het stel nooit willen maken, daarvoor zijn de mannen te eigenzinnig. Waardering voor de handelswijze is er zeker. En dat de aanhouder wint, merkt Visser nu zaaleigenaren net even wat gemakkelijker toehappen en ruimte bieden aan het avontuur. De door hem geschreven partijen voor het meewerkende strijkkwartet Ravivo zorgen voor een nieuwe muzikale dimensie. ,,Dat schrijven en componeren is leuk hoor, maar zelf spelen is ook geweldig.” Allebei doen is natuurlijk het leukste. Op zoek naar dat eigen geluid dat altijd wel aanwezig is (geweest), maar als proces nooit tot stilstand moet komen. Doorprutsen. Door feedback toe te voegen aan klassieke composities desnoods. ,,Zoiets vonden ze maar vreemd op de opleiding”, lacht Visser. ,,Ik zie het als een uitdaging verschillende muzikale werelden dichterbij elkaar te brengen.”

’Wat doen de handen’ (Esc.rec.) wordt vrijdag door Plan Kruutntoone en het strijkkwartet Ravivo gepresenteerd in Vera, Groningen. Vooraf treedt Ivica ‘Razorblade Jr.’ Kosavic op.

Review in Subjectivisten

   esc.rec.55, Press

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Review by Jan Willem Broek in Subjectivisten:

Het Groningse trio Plan Kruutntoone is in 1991 opgericht en ontlenen hun naam aan een bizar verhaal van Belcampo. In 1998 brengen ze hun meer dan overtuigende debuut Humpacoma. Ze behoren in één klap tot één van de meest bijzondere bands van Nederland. In eerste instantie brengen ze nog een avant-rock gelardeerd met experimenten, Oost-Europese muziek, jazz en poëzie en teksten in het Servo-Kroatisch, Nederlands en Engels. Drie jaar later komen ze met Gelijktijdigwiel waarop bandleider/poëet Hans Visser (gitaar, banjo, stem) verklaart dat ze daar op zoek gaan naar een nieuwe vorm van volksmuziek in het ten nadele veranderende Europa. Enige toekomstvisie kun je hem ook niet ontzeggen! Daarbij bepalen avant-garde, rock, jazz, Balkan-muziek en experimenten het verbluffende volksgeluid uit hun denkbeeldige land. Daarbij hebben ze ook oog voor de vormgeving van de hoes. Steeds meer wordt Plan Kruutntoone een kruisbestuiving van beeldende kunst, poëzie en muziek. Dan is het 5 jaar wachten op Een Mooi Pak/ From All My Secret Pockets, waar nog meer die combinatie van kunstvormen bij elkaar komt. Ook al gaan ze verder op de eerder ingeslagen weg, het is altijd weer anders, nieuw en verrassend. Zo spelen ze met 10 man en spelen de teksten een nog prominentere rol. Als ook dan de respons uitblijft gaat Hans compositie studeren aan het Gronings Conservatorium. Er ontstaat tussendoor weer genoeg stof tot nadenken, materiaal om op te schrijven en er chocola van te maken. In 2013 verschijnt dan het overrompelende meesterwerk Als Alles Er Af Is, dat ook hoog in mijn jaarlijst eindigt. Hans Visser (gitaar, (zelfbouw)banjo, stem) werkt dan weer samen met bassist van het eerste uur Bas Alblas en de nieuwe drummer Chris Muller. Zoals de titel al doet vermoeden is de muziek hier teruggebracht tot de essentie, waar minder meer is. Ze scheppen ruimte voor de luisteraar, die zo ook een eigen invulling kan geven aan de muzikale kapstok. Alleen de prachtige, poëtische teksten eisen de aandacht op en geven deels richting aan het geheel. Een adembenemend, diepgravend werk vol woede, verdriet, bevreemding, schoonheid en tevens ontroering.

Niet verwonderlijk dus dat mijn hart een sprongetje maakt bij het verschijnen van het vijfde album Wat Doen De Handen, als 12” en digitale release uitgebracht op het innovatieve Esc.rec. label uit Deventer. Het zelfde drietal als hierboven geeft hierop acte de présence. Ze presenteren 8 stukken die gecomponeerd zijn voor het stuurloze trio zelf en een heus strijkkwartet. De muziek kent kop noch staart, is soms zelfs fragmentarisch en toch kan je als in een lijnpuzzel het geheel zien. Op andere momenten krijg je zinnenstrelende strijkers of juist een harde avant-rock uitbarsting. Het is telkens verrassend, spannend en intrigerend. Daarbij krijg je de bevreemdende teksten van Hans, aangevuld met die van Samuel Beckett, die fascineren door schoonheid en het soms Kafkaiaanse effect ervan. Niets is gewoon, maar ook niets is ongewoon. Het is als een grillige, oprechte soundtrack van het leven zelf, waar niets, iets, mooi, lelijk, confronterend, afstandelijk, teder en hard elkaar op natuurlijke wijze afwisselen en aanvullen. Het album vol totaalkunst kruipt langzaam onder je huid en laat niet meer los. Het bewijst eens te meer wat een volslagen unicum Plan Kruutntoone is.

Review on VPRO 3voor12

December 31, 2016    Press

ACSH #52
Review by Lourens Scholing on VPRO 3voor12:

EEN SOORT MESJOKKE ‘RING DES NIBELUNGEN’ MET JOOP KLEPZEIKER IN DE HOOFDROL
Coolhaven brengt absurdistische voorstelling bij ACSH #52

Over Friedrich Nietzsche gaat het verhaal dat hij zich in Turijn in 1889, krankzinnig geworden, om de hals van een paard wierp. De sief (syfilis), beweren boze tongen. Opgegeten door zijn geslacht. Het is het vertrekpunt van een nieuwe voorstelling van het gezelschap Coolhaven, op zondag 18 december te zien in het Kunstenlab in Deventer.

De vierde keer alweer dat Hajo Doorn, Peter Fengler en Lukas Simonis de stad aandoen. Voor een “radiofonisch hoorspel,” aldus het affiche, maar dat dekt de lading niet helemaal meer. Met Cora Schmeiser (sopraan) en Oscar Verhaal (countertenor) in de gelederen is Coolhaven meer ‘opera’ dan ooit. Een soort mesjokke “Ring des Nibelungen” met Joop Klepzeiker in de hoofdrol.

Het plot: Friedrich Nietzsche, eenmaal mal geworden, ontketent een revolte tegen de seksualiteit, daarbij gesteund door het collectief Dikke Lul Drie Bier. Een erectie, zo luidt de redenatie, lokt het bloed weg bij de hersenen, die dompteurs van de vooruitgang. Als deze anti-viagraleer aanslaat wordt een soort bizarro Siegfried ingevlogen om de boel te redden. “Gelobt sei, was hart macht,” je weet zelf.

Wat volgt is vintage Coolhaven: een rellerige mise-en-scène rond een gefikste wedstrijd frituren; vrij hilarische product placement (HG, ‘Does what it promises’); een etymologie van het Duitse werkwoord ‘blasen’; iets met Joop Glimmerveen. Probeer het te begrijpen en je bent gezien.

Mannetje of veertig tel ik vanmiddag in het Kunstenlab. Mooi dat het clubje liefhebbers groeit! Bij Coolhaven voelt een mens zich als een ingewijde in een debiele cultus van een soort verkeerd gespelde godin. Götterdämmerung. En was het niet Nietzsche zelf die in zijn laatste dagen railleerde tegen de “ziekte” Richard Wagner? Valt het toch nog allemaal op zijn plaats.

Mijn tip voor 2017: Lees Nietzsche. Ga Coolhaven zien.

Review in Neural Magazine

   LES001, Press

The Void* – Values
Review by Aurelio Cianciotta in Neural Magazine:

The name The Void* (pronounced “The Void Pointers”) is a tribute to the C ++, programming language, whose semantics are relatively minimalist but also versatile, power and recursive. Similarly composite, this trio – which is formed by Roald van Dillewijn, Tijs Ham and Eric Magnée – is a strong wall of sounds made of modified instruments and electronics but also of elegant layers, cuts and melodic, iterated and dissonant sequences. The basic approach is mostly post-rock but the unusual combo also recovers a free form attitude, with soundscapes and suggestions of serial and classical music. The contrast is that of an organic sound with one that is abstract, aestheticised but rich in dilated and mesmerising moments. Even the artwork of the vinyl release follows this inspiration, with a hardcover matte pierced in circular and geometric openings of various sizes that show a coloured texture below. This album by The Void* is linked simultaneously to three labels: Lomechanik, Esc.rec and Shipwrec, all “made in the Netherlands”. The band is also involved in the modifying some instruments (guitars and flutes) in order to create unconventional sonorities. The release consists of six tracks, the first very environmental and insistent, shaped by a guitar drone and radio frequencies, spurious elements and effects. In the next the piano is in evidence, in a very melancholic and rarefied, suspended and intimate way, while the third shows off experimental orchestrations, a sonic pointillism then diverted in meditative conjunctions and chamber music influences. “Abstract” is more electronic, martial and disturbing, while “E AB EF B” is still a stylised piano composition just furrowed from other layers of swirls and hums. With “Dereference”, which starts almost silent, The Void* recalibrate the focus on the infinitesimal, closing the album beautifully and leaving us in fascination aroused by so many multiform expressions.

Review in Vital Weekly

December 28, 2016    esc.rec.54, Press

Radboud Mens – Test Tones
Review by Frans de Waard in Vital Weekly:

You could think I put 280 euros on the table to purchase this record, as that is this price it is sold for, and yes, that’s pretty steep indeed, but it comes in a box, with three artworks by the composer and a poster; oh, and there is only one copy available. I didn’t buy it, but I did hear it and so can you, as the music itself is available as a download. It might be no secret that I know mister Mens for a long time, and at one point we were even colleagues. I followed his career from early on, when he called himself Hyware, then Technoise and ultimately under his own name, when he released a bunch of highly minimal techno 12″s, mainly on the audio.nl label. In 2001 Mens made music with a test-tone record and a delay unit, set in a locked groove tempo, thus overlapping sounds and creating a rhythm. It was a project he never finished, but for his Sediment release (which is all about a concert and a subsequent ‘one copy LP’ release, hand-cut) he dug out the original idea and in concert scratched the test tone record while playing it. That’s what you get on vinyl; or download. As I was playing this I looked a few times up and thought ‘wow that is a scratchy record’ and then realized it was a digital file. It is an odd combination these test tone sounds and the scratching of the vinyl. At times it locks into a fine rhythm, with the test tones providing the bass and the scratches the high end sounds (hi-hats?), and they grow together in an organic way, but it never becomes a dance record of any kind. And sometimes, especially on the second side this grows into something quite chaotic and then it doesn’t work very well. The first side is for me the better of the two; everything evolves in a natural way and there is quite a bit of tension in the music and a natural flow to the piece. There is also a bonus in which Mens takes one of his old Audio.NL  and adds scratches to that, thus giving it the good ol’ Thomas Brinkmann approach, when we first got to him. Maybe this one is also chaotic at times, but with the entirely different result than on the LP, and a very nice result at that. Maybe a high price for the real thing, but worth every penny in your download price range. (FdW)

 

Review in Vinyl50

August 9, 2016    LES001, Press

The Void* – Values
Review by Dennis Dekker in Vinyl50:

The Void* is het superspannende muziekcollectief van Roald Dillewijn, Eric Magnée and Tijs Ham. Meer dan twee jaar achtereen werkten ze aan hun debuut getiteld Values. Dat werken betekent voor dit trio meer dan nummers verzinnen alleen. Het betekent ook zelf elektronische instrumenten maken, software programmeren, omgevingsgeluiden en stemmen opnemen, dat alles weer samenvoegen met traditionele gitaar en keyboards en die combi vervolgens mixen met eigengereide samples en overdubs. Wat er dan ontstaat? Een kakofonie van vervormde geluiden, een muur van dronerock, een klankkeur van noise en ambient-achtige tonenregens.

Even beginnen bij het begin: dat sterretje achter Void staat voor het woordje ‘Pointers’. Tezamen zijn het woorden uit de computertaal. Terwijl ‘void’ staat voor ‘leeg’, staat ‘pointers’ voor een ‘variabele die een geheugenadres bevat’. Bij elkaar betekenen de woorden ‘void pointer’ in de computertaal dus een ‘type informatie dat niet gespecificeerd is’. Wellicht is dat meteen ook wel de conclusie van deze band, dit album. Dit is een type van improvisatiemuziek dat vooralsnog niet heel erg gespecificeerd en gebruikelijk is. Het ontbreken van beats zorgt er voor dat je nooit met de knalharde house-kant geconfronteerd wordt maar kan wegdromen bij geweldige klankescapades. Het ontbreken van drums en vocalen die tekstlappen voordragen zorgt er voor dat dit geen traditionele recht-toe-recht-aan rockmuziek is, maar dat je eens fijn kunt genieten van een originele variant van postrock 2.0. Dit debuut bevat zes veelal lange nummers met eigengereide titels als Function, Dereference, Memcpy, Abstract of zelfs benamingen die refereren aan de gebruikte akkoordenachtige schema’s zoals D BI DI F en E AB EF B. In een vakantiehuis in het Franse dorpje Hary werkte het trio in 2014 een week lang aan deze improvisatiestukken. Vervolgens zijn ze daar in Nederland in vele sessies mee gaan schaven, knippen en plakken en produceerde het trio tijden aan een album dat Rinus Hoonig van de Haarlemse vinylperserij Record Industry uiteindelijk zeer helder en ruimtelijk gemastered heeft.

Luisterend naar Values, kun je soms bijvoorbeeld denken aan de zachte instrumentale interludes die Trent Reznor of Brian Eno kunnen maken. Maar soms hoor je ook trage Jochem Paap-achtige muziekverzinsels die klinken als buizengerinkel in een oude silo, rondmarcherende legers robots, of grommende gitaren vanuit zompige te schaars verlichte kelders. Op andere momenten denk je weer aan sfeervolle instrumentale neo-klassieke Belgische luisterbands zoals Illuminine. Dit zweeft, dit is kwetsbaar, dit is plechtig en stemmig. Soms lijk je insecten te horen, of talloze monden die als percussie-instrumenten allerhande unieke geluiden produceren of synths die gieren als sirenes en ongeleide, stormachtige windvlagen. Maar altijd is het buitengewoon sfeervol en stijlvol gedaan.

Values van The Void*, is kortom een zeer bijzonder werk. Zo muziek maken is nog niet heel vaak gedaan. Okay, het is wellicht ooit geïmproviseerd, maar uiteindelijk is dat alles via allerhande kunst- en vliegwerk door een prachtige softwaremangel gehaald en weldegelijk zeer warm en spannend vastgelegd. Ik stel me zo voor dat ieder liveoptreden van The Void* misschien wel heel andere nummers bevat, maar minstens net zo uniek is als deze waardevolle plaat. Een advies aan de gemiddelde muziekliefhebber? Denk eens lekker ‘out of the box’ en koop deze plaat. Er zijn er sowieso maar weinig gemaakt; dat is doorgaans alvast een trigger voor een aantal van jullie. Daarbij mag je deze band ook weldegelijk wat centjes gunnen. Ze verdienen het namelijk om een vervolg te maken dat uit eenzelfde kleurrijk sonisch universum komt.

De muziek is al zo ambient, zo drone-rockerig, zo sfeervol. Maar om dat effect te versterken is de cover van deze plaat zichtbaar een geweldig aanvullend product, gemaakt door Studio Another Day. De hoes waar de plaat in zit, is getooid met een waanzinnige psychedelische Rotkho-achtige zeefdruk (van Kurtface in Nijmegen). Een zeefdruk die je overigens al een beetje ziet door enkele gaten die in de hoes gesneden zijn. Of beter gezegd; met een heuse lasersnijmachine op diverse plekken zijn aangebracht (door Steim). Sterker: de brandranden van de laser zijn nog zichtbaar. Mede hierdoor hebben Roald van Dillewijn, Eric Magnée en Tijs Ham, alias The Void* met Values een geweldige totaalbeleving uitgebracht.

Review in A Closer Listen

July 17, 2016    LES001, Press

The Void* – Values
Review by Richard Allen in A Closer Listen:

Values is the album so big, it took three labels to release it: Netherlands co-conspirators Lomechanik, Shipwrec and Esc.rec.  The sound is similarly large, as it crosses between genres like ships through the wormholes of its die cut cover.  The predominant shade is post-rock, but there’s drone here, too, and ambience, and a heavy dose of electronics, the latter which inspired the band’s name and its track titles, which are based on C++ language.  The Void* (pronounced “The Void Pointers”) creates its own instruments and programs, and refuses to be pigeonholed, wordplay intended.

After an initial search through radio frequencies, the opening track finds a tone to settle upon: a repeated guitar note, which holds the door open for a host of squealing and humming drones.  Everyone is welcome to this party.  The track builds throughout its length, finally fuzzing into the first piano notes of “D BI DI F”.  This time the hums recede into beeps, reversing the plot of the opener.

Before long, the sonic field is filled with a field of abstractions, and one wonders if this is the cumulative effect of all the “wine, cheese and cows”. It’s clear that these tracks began as sketches and required some rehabilitation before they were released. Yet this is the fun of Values, whose title may refer either to the ground rules of the recording or the sonic values possessed by the individual listener. There’s no predicting what turn the album might take next, although there’s nothing here that is so abstract as to prevent entry. As such, the holes in the cover become symbols for the accessibility of the project. Some may enter through large circles, others through smaller dots.

Electronic fans, for example, may find “Abstract” (yes, that word again, now ironic) to be their point of access, as it begins with light beats and stomps before adding rhythmic, marchlike touches, while post-rock veterans should head directly to the shimmering closer. Instead of saying, “this is the sound of the Netherlands,” one might make the suggestion that these are the sounds of the Netherlands, difficult to comprehend when they are speaking all at once, but lovely in their interaction.

Review in Ambientblog

July 13, 2016    LES001, Press

The Void* – Values
Review by Peter van Cooten in Ambientblog:

The Void * notation comes from the C++ programming language, and is pronounced as Void Pointers. If you’re not familiar with the C++ language (and I assume you aren’t – just like me), it’s interesting to read about a void pointer in terms relating to music:

“The void pointer is a special type of pointer that can be pointed at objects of any data type. However, because the void pointer does not know what type of object it is pointing to, it cannot be dereferenced directly. The void pointer must be explicitly cast to another pointer type before it is dereferenced. The next obvious question is: If a void pointer doesn’t know what it’s pointing to, how do we know what to cast it to? Ultimately, that is up to you to keep track of.”

I could almost leave it at that for a review: this seems to describe the Void Pointers‘ music perfectly.

Values presents a wide range of atmospheres, starting almost ‘poppy’ but quickly moving into more abstract dimensions.
The geeky trio (Roald Dillewijn, Eric Magnée and Tijs Ham) not only build their own instruments, but also code the software to play them. And yet their music never sounds artificial, they have a nice warm organic sound despite their titles (which are also taken from the C++ language).

Another interesting detail is that Values is released simultaneously by three different (dutch) labels that share a taste for the adventurous: Esc.Rec, Lomechanik and Shipwrec.

Oh, and by the way: the last track is called Dereference – so you don’t need to worry you’re left dwelling in the void without knowing where to point to next.

Review in Kindamuzik

   LES001, Press

The Void* – Values
Review by Sven Schlijper in Kindamuzik:

kindamuzik

Roald van Dillewijn, Tijs Ham en Eric Magnee wijzen naar… Tja, naar wat eigenlijk? De grijsheid van het omslag, de gaten of misschien toch naar het brandrandje dat de laser naliet bij het snijden? Gaat het drietal voor het dromerige blauw of het intens Rothko-achtige purper dat je door de uitgespaarde vormen ziet? En dat sterretje, dat staat voor pointers. Wegwijzers, als paddenstoeltjes langs een fietspad dus, op weg naar leegte, vacuüm, niets of wellicht juist daarvandaan. Bij de pijltjes staan geen afstanden genoteerd. Daar doen ze niet aan, de heren van de rijzende *, achter hét hoesontwerp van het jaar.

Opgeborrelde vragen buitelen voort om even veel uitroeptekens, want op hun zelfgebouwde instrumentarium spelen de drie een volslagen uniek amalgaam van ambient, kraut- en postrock, drone en shoegaze. Dreigend en net zo zwanger van onheil als Godspeed You! Black Emperor, ook abstract analoog via Eliane Radigue en Can-achtig straf ritmisch, maar tegelijk toch olijk vrijbuiterig. The Void* kiest slim, maar niet opzichtig snugger, voor syncopen en dissonantie en weet met stemmig gebruik van noise kietelende timbres aan de toch al allesbehalve steriele elektronica toe te voegen. En dat in een kraakheldere productie vol lagen en ruimte, tussen Eno-gloed en de ijselijke dromerigheid van Múm.

Pulserende vlakken in bijna-monochroom hullen het trio in nevelwolken. Compositorische lijnen raken zo gefragmenteerd, lijken te worden uitgegumd en zonder liniaal opnieuw neergezet. Etsen zijn het in uiterst breekbaar materiaal, als graveringen in het dunst geblazen glas. Een twinkelende piano ketst licht door een prismatische breking wanneer zonlicht de kelk net op de juiste plek raakt. Een metronoom tik-takt, een schrijfmachine ratelt, slingerklokken zwieren en marcherende voeten drammen. Net echt, terwijl alles uit machines komt en Reichs Clapping Music en Drummingeindelijk en eindeloos een hedendaagse pendant vinden. Met deze meesterproef hebben de drie ettelijke zeer hoopvolle lijnen uitgezet in de ongewisse leegte die in het verschiet ligt. Weet je nog niks zeker. Point(ers) taken, wellicht?

Review & interview in Gonzo (circus) magazine

July 6, 2016    LES001, Press

The Void* – Values
Review by Theo Ploeg and a large interview by Quinten Lengeler in Gonzo (circus) magazine:

IMG_20160705_195627

IMG_20160706_091203

IMG_20160705_195951

IMG_20160705_195811

Eigenlijk is het een wonder dat ‘Values’ is verschenen. Roald van Dillewijn, Eric Magnée en Tijs Ham houden ervan te stoeien met software, elektronica en instrumenten. Daar experimenteren ze mee en passen ze aan. Tinkering heet dat. De essentie ervan is dat alles altijd in beta is, in ontwikkeling. De zes composities op ‘Values’ zijn dat niet meer, want zijn vastgelegd op zwart vinyl. Van Dillewijn, Magnée en Ham zullen daar tegenin brengen dat ‘Values’ een momentopname is, eigenlijk ook één van de vele mogelijke, tijdelijke uitkomsten van hun tinkering-sessies. Alleen is deze toevallig vastgelegd. Enfin, we mogen blij zijn dat ‘Values’ er is. Onder de naam The Void*, waarin * staat voor pointer: een verwijzing naar de in de programmeertaal C gebruikte variabele waarvan de waarde bewust niet is gedefinieerd, geeft het drietal regelmatig optredens en workshops over het maken van eigen software en hardware om muziek mee te maken. Onder andere tijdens de Algorave-sessies van de Amsterdamse organisatie Code(d) Matters. ‘Values’ is ontstaan uit opnamen die werden gemaakt tijdens improvisatiesessies, waarin instrumenten werden gebouwd en aangepast, in Frankrijk. De oorspronkelijke opnamen zullen inmiddels onherkenbaar zijn. Op ‘Values’, gestoken in een prachtige, deels gelasercutte hoes (ontworpen door het Nijmeegse Studio Another Day), staan zes onaffe composities ergens tussen ambient, elktro-akoestische muziek en postrock in. Soms vrijwel uitgewerkt tot een compositie met een kop en staart (opener ‘Function’, de gedreven gebroken techno van ‘Abstract’), soms een rijke improvisatie die nog alle kanten uit zou kunnen evolueren (ambient ontmoet elektro-akoestisch in ‘Dereference’, het verstilde op pianoklanken rustende ‘B BI DI F’). Lastig in een hokje te stoppen en dus verschenen als samenwerking tussen drie platenlabels (Lomechanik, Esc.rec. en Shipwrec). Een eindig kunstwerkje dat laat zien en horen dat muziek maken voor The Void* geen grenzen kent.

Review on VPRO 3voor12

July 1, 2016    Press

ACSH #47
Review by Martijn Holtslag on VPRO 3voor12:

Analoge gitaarpedaaltovenaars hypnotiseren De Perifeer

acsh47-guido_mobius-1-by_jeroen_helle.jpg

Op de Ass-crack Stage-hack (ACSH)-avonden, georganiseerd door de Deventerse Esc.rec. labelbaas Harco Rutgers, weet je nooit precies wat je te wachten staat. Maar wel dat je een uniek, betoverend geluidsexperiment meemaakt.

Op de 47e editie van de concertreeks zijn Guido Möbius en Roald van Dillewijnuitgenodigd. Twee geluidsvirtuozen die uitsluitend met analoge gitaarpedalen geluidsexperimenten ondernemen. Guido Möbius presenteert zijn nieuwe album Batagur Baska, dat recent uitkwam op Shitkatapult, het label van T.Raumschmiere en Apparat. Roald van Dillewijn presenteert de uitkomsten van Digilog, een project waarin hij onderzoek doet naar door hemzelf gemodificeerde gitaareffecten.

Als eerste speelt Roald van Dillewijn: klankontwerper, softwareontwerper voor geluid en muziek, componist en performer. Naast zijn solo optredens is hij onderdeel van het trio The Void* (uit te spreken als: The Void Pointers), dat op het snijvlak van ambient, live electronics, drones en postrock opereert. Hij begint met het aanslaan van een gitaarakkoord, om daarna de gitaar niet meer aan te raken. Vanuit dat ene akkoord bouwt hij een drie kwartier durend stuk op, dat steeds verder borduurt op wat de vorige pedalen als outputsignaal leveren. Dat wisselt van delays die in een geluidsbrei weer een nieuw ritmisch patroon vormen, tot pitch-shift pedalen die weer nieuwe akkoorden opwekken uit het bestaande geluidsstuk, tot feedback die weer nieuwe tonen genereert. Als toeschouwer is het bijna een meditatieve sessie. Alsof je naar de organische ontwikkeling van ter plekke gecreëerde geluids-evolutie luistert.
Ter verduidelijking: je moet je er geen popconcert bij voorstellen. Dit heeft niets met liedjes of catchiness te maken, maar alles met experiment, ontdekking, ontspanning, soundscapes en jezelf kunnen overgeven.

Vervolgens vertelt Roald hoe hij zijn eigen geluidsmachine heeft gemaakt. Op tafel zien we een tiental pedaal-effecten en veel kabels die van mengtafeltjes naar nieuwe pedalen en z’n laptop leiden. Hij vertelt dat hij de gitaarpedalen heeft “gehackt”, ofwel: open gesoldeerd, en vervolgens midi-vertalers ingebracht zodat hij met simpele midi knoppen een soort macro-controle heeft over al zijn pedalen en hun individuele parameters tegelijk.

De volgende geluidstovenaar is Guido Möbius: multi-instrumentalist met een voorkeur voor hoekige grooves, polyritmische percussie patronen, handgemaakte techno, drones en voortdurend veranderende harmonieën. De Berlijner heeft voor dit middag concert een iets geïmproviseerd plan, wat wat meer uitleg dan normaal inhoudt. Hij begint met enkele met zijn mond gebeatboxte loops, waar hij vervolgens met zijn analoge gitaarpedalen mee aan de slag gaat. En het gaat alle kanten op; van totaal vervreemdende soundscapes tot techno-based dansbare grooves. Ondertussen legt hij onder het mom van ‘pedalworkshop’ het concert even stil om wat dingen uit te leggen. Dat biedt wat meer inzicht hoe deze energieke improvisator te werk gaat, en over processen waar je als luisteraar helemaal niet bij stilstaat. Naast zijn beatboxing, gebruikt hij zang, trompet en gitaar als klankbronnen om zijn tracks live mee te bouwen.

Al met al een diverse middag! Voor mensen die houden van een beetje buiten de gebaande paden gaande experimenten en entrepreneurs zijn deze Esc.rec. ACSH avonden erg aan te raden!
De volgende vindt op 16 juli plaats, waarbij The Void* live het nieuwe album Values presenteert.

Review in Vital Weekly

June 21, 2016    LES001, Press

The Void* – Values
Review by FdW in Vital Weekly (including a podcast):

IMG_20160621_091413

IMG_20160621_090901

IMG_20160621_091816

The collaborative effort of three labels from The Netherlands, of which two I might say are even from the sunny hometown of Vital Weekly, proving once more the creative power of such a small city. The cover has a fire burned pattern, something I didn’t encounter since O Yuki Conjugate’s ‘Equator’ CD and the silk screened inside cover glows nicely through these holes, which may or may not resemble a good old floppy disc. That has to do with the fact the group uses C++, a computer language used in the creation of the music. The * in the band name stands for ‘pointers’ so the band name is The Void Pointers and there are three members, Roald van Dillewijn, Eric Magnee and Tijs Ham. They play their music on instruments they built themselves and through improvisations they generate the basic material, which is later on re-arranged, cuts, erased, processed, and fed eventual through some more hardware to create the end result, pressed up in this platter. They recorded the music at the end of 2014 in France, and the whole of 2015 was used to further sculpt these recordings. It is perhaps for both Lomechanik and Shipwrec an odd record to release, as normally their releases are more about the use of beats and synthesizers, but it shows how daring these labels are, willing to take risks.

I am not sure how we could classify The Void* as the six pieces on this record but the words ‘ambient’ and ‘drones’ are never far away. There is certainly also something along the lines of a guitar and bass in here, and in ‘Abstract’ even some drum patterns. It is quite a wall of ambient sound that this trio erects here, but it is all quite open and full of little details, and sometimes it is all quite sparse and fragile, especially when the piano is being played. The production of this is excellent. A musical source of inspiration no doubt also comes from the world of post rock, but only the variety that is connected to the world of computers, so I was thinking about Radian and the other groups from Vienna, even when The Void* is all a little less rock based. The six cuts are simply beautiful pieces of… well… music is a word that probably is a catch all here. Ambient, atmospheric, drones, post-rock, musique concrete and computer music; it’s all in here, and it works really well. I promise this band a great future.

(FdW)

Review in Yeah I Know It Sucks

May 19, 2016    esc.rec.50, Press

Cadeu – O
Review by KN in Yeah I Know It Sucks:

The music on this album switches itself on like the kick start on a motorcycle. When it is ‘ON’ the journey into a fine audio art represents itself in all it’s intelligent crispest niceness. The sounds are fresh and crystal clear, a bit wet at times but mostly representing itself in fresh rhythmic ways. They are the fine sounds to form groovy material to hear on their own, but also know when to give way to sentimental well performed melodies in unexpected expanding ways.

This is music that you will not hear every day, unless you had found it, and indeed would play it everyday.
*- Daily use is very recommended now that you have found it.

This is one of these masterful releases for the fans of intelligent electronics with a neat interesting groove in its oddness, in sound, mellowness as well as in rhythm. The sounds are coming across very clean and hygienic, at times even the term ‘plastic fantastic’ comes to mind. The material is on one side slightly mechanic while at the same time being placed and played in unexpected open minded ways, something that will make you feel like being emerged into a audio experiment that feels improvisational and yet fairly planned and well thought through.

The greatness (in my opinion) sits in that the clean cut sounds are teamed up with the human personality of the Russian music & sound exploding artist who had made it. It’s clearly steering the groovy sounds and melodies into ways that feels very much like a hands on result of a live concert of electronics.

It really has that high case of unexpectedness, which is the sound of letting things go and ‘whatever will be, will be’, while still sounding very controlled and secure. This is outing itself in creating the human playfulness within these tracks, a joy that is fairly unheard off in the intelligent electronic music scene. Clean, playful and with a scientific sounding human soul inside…

The tracks on this album slide neatly into each other but refrains from sounding all one and the same, it’s more like a diversity of smart experimentation knitted together like an excellent deejay who also knows when it’s time for an melodic moment in between the rhythmic show of intelligence. The results of these vast mellow moments are pretty sublime, revealing a warm and kind sensibility that is not only a joy for the mind, but also a satisfying pleasure for the ears.